Persoonlijke verhalen

De kracht van God in de stilte - André Zwartbol

Met de woorden 'papa gaat logeren' zeg ik mijn 3-jarige zoon gedag. Want ja, hoe leg je zo'n klein manneke uit wat een Stilteweekend in een klooster is. Daar begin ik maar niet aan. Op de weg ernaartoe pas ik m'n muziek in de auto alvast een beetje aan om in de stemming te komen. Ontspannen rij ik naar de Achelse Kluis. Een prachtig klooster aan de rand van de Leenderse Heide aan de Nederlands-Belgische grens. Het was notabene mijn huisarts die me op het idee bracht naar een stilteweekend van de Navigators te gaan. Hij had het zelf gedaan en het was hem blijkbaar goed bevallen want hij sprak er enthousiast over. Dat zou voor mij ook goed kunnen zijn, dacht hij waarschijnlijk, toen ik op consult kwam met allerlei 'druk-druk-druk-klachten'.
Ik vond het een spannende gedachte, want ik had geen idee waarop ik me moest voorbereiden. In de uitnodigingsbrief stond dat we ter voorbereiding 1 Koningen 19 konden lezen. Het verhaal over Elia die Gods stem hoort in een zachte bries.

Met die woorden in mijn achterhoofd stap ik op een zonnige vrijdagmiddag de toegangspoort van het klooster binnen. Ik word onthaald door een monnik in een witte pij. Er wonen er niet zo veel meer als vroeger. In dit klooster ongeveer vijftien.

Ed Haagsman, die het weekend leidt, brengt me naar een kamer in het gastenverblijf van het klooster. Het ziet eruit zoals je dat verwacht. Sober. In de gang hangt een bordje dat de bezoekers opdraagt stil te zijn. Op de tafel in mijn kamer ligt een welkomskaartje. Een van de regels op het kaartje is: 'Mag de Heer ons hier samen leiden tot de binnenkant van ons wezen'. Dat lijkt me een mooi streven.

Het dagritme in het klooster is overzichtelijk. Het wordt bepaald door stilte, door de zeven gebeden die de monniken op een dag doen en door het lezen uit de Bijbel. Ik geef me eraan over. Ik voel nu al dat het goed voor me is. Wat een rust. Heerlijk.

Het is niet zo heel veel later als dat gevoel verandert. Ik begin me haast een beetje ongemakkelijk te voelen. Zelfs onder het eten word je geacht niet te praten. Maken die monikken het nou niet al te bont, sputter ik gedachten tegen.

Stilte heeft iets confronterends, merk ik. Ik leg me erbij neer dat dat wel goed zou kunnen zijn. En daar komt nog iets bij. Zo'n stilteweekend is namelijk niet alleen 'stil zijn'. Nee, die stilte gebruik ik, net als de anderen, om God te ontmoeten. Als ik alleen ben, maar ook als ik met de andere mannen (we zijn verdeeld over twee gespreks-groepen van zeven à acht mannen) praat over Gods werk in ons leven. En in alle vezels van mij lijf voel ik dat God dat ook echt doet.

Het lijkt wel alsof Hij op dit weekend heeft gewacht. Alsof Hij op het moment heeft gewacht dat ik eens even stil zou staan. Beter gezegd: stil zou zijn. En zo komt God dit weekend (opnieuw) bij me binnen. Maar met een kracht die ik nog niet eerder heb ervaren. Het is de kracht van God in de stilte.